Genre: MPB (Música Popular Brasileira)
Jaar/land: 1964 (Brazilië)
Geen enkele zichzelf respecterende Braziliaanse kunstenaar uit de jaren zestig en zeventig wilde zichzelf in 1968 in zijn eigen land bevinden. Dat zou gewoonweg banaal zijn, not done. In dat jaar stelde de militaire dictatuur de AI-5 in, de vijfde Ato Institutional (institutionele acte) die de regels nog strakker aanscherpte. Nationale helden met internationale allure als Chico Buarque, Caetano Veloso zowel als de huidige minister van cultuur Gilberto Gil zagen zich geforceerd uit te wijken naar Europa – Waar bij Veloso en Gil aan hun Beatles-achtige sound van die periode te horen valt dat ze naar Engeland uitweken, zingt Buarque veel in het Italiaans in die periode. Geraldo Vandre (1935 - ) week uit naar Chili, en reisde rusteloos door landen zo divers als Duitsland, Algerije, Oostenrijk, Griekenland en Bulgarije. Op zijn immer romantische stijl heeft het geen merkbare invloed gehad. Wel is hij beroemd geworden als boegbeeld van het verzet tegen de dictatuur, omdat hij sinds zijn verbanning – zelfs na zijn terugkeer in 1972 – geen enkel publiek optreden heeft gegeven tot 1982.
Een liedje van Vandré is direct te herkennen aan de openende gitaartonen, gevolgd door lange uithalen van een mierzoete, hoge stem. Zijn thema’s zijn altijd de dramatische liefde, de wanhoop en de romantiek. Deze benadert hij altijd op een zonnige, Braziliaanse manier. Heerlijk.
Depois é so chorar (‘daarna rest nog slechts wenen’) is niet te beluisteren, maar luister Aruanda hier.