woensdag, december 28, 2005

28 december: Maceo Parker – Children’s World (live)


Genre: soul

Jaar/land: 1990 (V.S.)

‘Maceo, blow your horn!’ Zo heeft men James Brown vaak zijn jongste – en lievelings – bandlid horen aanspreken tijdens concerten en op albums. Deze jaren ’60 funkheld wist hoe hij spelen moest. Er hoeft denk ik maar weinig over hem verteld te worden. Hij speelt saxofoon in een mix van funk, jazz, soul, en R&B. Hij begon bij Brown, richtte in 1970 zijn eigen Maceo & All the King’s Men op, speelde met Parliament/Funkaldelic, en ga zo maar door.

Hij heeft de ballade Children’s World solo uitgevoerd, maar ook met de JB’s, de legendarische band van James Brown, bestaande uit The Meters, Pee Wee Ellis, Maceo Parker en anderen. De versie van het nummer die Parker met de JB Horns in Tokyo in 1990 speelde (albumnaam: Funky Good Time Live), is de allermooiste: soulvol, emotioneel, romantisch…

Luister Children’s World hier.

donderdag, december 22, 2005

22 december: Seu Jorge – Life on Mars?


Genre: pop

Jaar/land: 2004 (Brazilië)

Seu Jorge is voor velen al een bekende uit de cultfilm Cidade de Deus, over de jeugdbendes in de favelas van Rio de Janeiro. Voor die film maakte hij al de openingstune, Convite para a vida (‘uitnodiging voor het leven’). Dat hij behalve samba maken en acteren nog iets meer kan, bewijst hij voor de film The Life Aquatic, waarin hij wederom zingt en acteert, maar nu net iets anders.

David Bowie heeft er een handje van om composities van andere artiesten te coveren. Zijn eigen composities worden ook vaak door andere artiesten gespeeld; zo schreef hij veel voor The Velvet Underground, en heeft hij iets recenter met The White Stripes een aantal nummers geschreven. Voor de meesterlijke film The Life Aquatic heeft de Braziliaan Seu Jorge (in volkstaal ‘meneer Jorge’) een zestal Bowie-nummers akoestisch uitgevoerd.

In de film zie je de Braziliaan geregeld op de boot verstrooid op zijn gitaar tokkelen, zo nu en dan wat zingend. Het ontspannen spel in combinatie met de prachtige, Portugese stem van Jorge zorgt voor versies van Bowienummers die het origineel overstijgen. Dat dit niet alleen mijn eigen mening is, blijkt uit het feit dat Jorge na de release van de film een jaar lang door de V.S. heeft getoerd, en dat er vervolgens een album is uitgebracht waar hij zeven additionele Bowie-covers op speelt. Life on Mars? is het juweeltje van het album.

Luister Life on Mars? hier.

woensdag, december 21, 2005

21 december: Roni Size / Reprazent – Heroes (Kruder’s Long Loose Bossa)


Genre: lounge

Jaar/land: 1998 (Oostenrijk)

Het album The Kruder & Dorfmeister Session markeerde een historisch moment. Het succes van deze dubbelplaat luidde het tijdperk van de loungemuziek in. De heren mixen twee uur lang bekende nummers om tot een onherkenbare wildgroei geluiden, melodieën en instrumenten. Van alle gebruikte nummers blijft slechts de essentie (volgens Kruder & Dorfmeister) intact, de rest wordt zó bewerkt, dat die essentie de nadruk krijgt. Veel van deze remixes zijn daarom veruit beter, of in ieder geval helemaal anders, dan het origineel. De heren staan op meerdere foto’s in de platenhoes afgebeeld met enorme joints, en wanneer men de plaat opzet, bekruipt de luisteraar direct een gevoel van een uit de hand gelopen paddotrip of waterpijpfestijn. Dit album leent zich om met een dikke joint onderuit te zakken en niets meer te doen, behalve luisteren. Wanneer de joint sterk genoeg is, ga je van zelf stuiptrekken op de melodie, en nemen je verbale gedachten gekleurde audiovisuele vormen aan van de geluidjes. Onmogelijk om dan nog iets uit te voeren. Het is een album dat iedereen zou moeten hebben.

De eerste plaat opent met het nummer dat het thema van vandaag is: Heroes. Van origine een drum ’n base nummer, nu tot een psychedelische bossaplaat omgetoverd. Het nummer begint met een aankondiging van de trein naar Wenen, en inderdaad begint met dit nummer de trip. In een woord: heerlijk.

Luister Heroes (Kruder’s Long Loose Bossa) hier.

20 december: Charlie Haden, Lee Konitz & Brad Mehldau – Alone Together


Genre: jazz

Jaar/land: 1997 (V.S.)

Er zijn een aantal composities die elke zichzelf respecterende jazzartiest nou eenmaal moet spelen: ofwel omdat het de inspiratiebron is geweest om zelf te gaan spelen, ofwel omdat men er, eenmaal bekend geworden, eigen associaties bij heeft, die men aan het publiek kenbaar wil maken. Alone together is zo’n compositie. Het is vóór 1952 geschreven door Howard Dietz en Arthur Schwartz, en sindsdien in totaal 544 keer opgenomen in verschillende versies. Klassieke uitvoeringen zijn van Miles Davis en met name Chet Baker. De versie die ik vandaag bespreek is iets minder orthodox: de oude meesters Lee Konitz en Charlie Haden voeren hem live in de Los Angeles's Jazz Bakery uit met de jonge Europese pianovirtuoos Brad Mehldau – het beste alternatief dat Europa te bieden heeft voor de gladde Amerikaanse pianist Keith Jarret.

Het nummer begint met een enkele saxofoon, die rustig een minuutje de standaardcompositie doorfluit. Dan klinken er enige verstrooide pianotoetsen. De klassieke compositie is als een te strakke huid, die telkens door een improvisatie van Konitz wat uitgerekt wordt. Haden brengt de compositie weer in het gareel, waardoor de huid van de compositie de macht weer herkrijgt over de onderliggende instrumentale spierenbundels Mehldau en Konitz. Dan zijn de spieren weer sterker, en raakt het thema verloren. Dertien minuten lang filosoferen de heren muzikaal op het thema Alone together. Een heerlijke opener van een prachtige moderne jazzplaat.

Luister het prachtige begin van Alone Together hier.

dinsdag, december 20, 2005

19 december: Momo Wandel Soumah - Félenko Yéfé


Genre: Blues

Jaar/land: ???? (Nieuw-Guinea)

Momo Wandel verdient een mooie analogie. Helaas komt hij niet uit Sub-Sahara Afrika, want dan kon ik deze bespreking openen met de vraag wat het Zuiden van de V.S. voor overeenkomsten had met het Zuiden van het Afrikaanse continent. Dat zou namelijk, als Momo er vandaan zou komen, zijn dat ze behalve veel zwarten, ook een uitgebreide zwarte muziektraditie hebben. En dat is van zuiderlijk Afrika niet zo verwonderlijk, maar wat wel verwonderlijk is, is dat Afrika er met Momo Wandel een Bluesartiest van groot formaat bij heeft, die een rauwe stem als die van Tom Waits combineert met net wat exotisch getinte, doch altijd simpele, bluesloopjes en saxofoonriedeltjes. Momo is, net als de latere Tom Waits overigens, niet te verstaan, maar dat doet niets af voor de uitdrukkingskracht van zijn liedjes.

Het nummer in de titel is vrijwel onvindbaar, maar dit liedje is ook leuk: Matchowe

zaterdag, december 10, 2005

10 december: Theo Parrish – Dusty Cabinets (Matthew Herbert Tresor.157 Globus Mix)


Genre: House

Jaar/Land: 2000 (V.S.)

Wat gebeurt er als een soulliefhebber house gaat luisteren? Theo Parrish (1972 - ) werd op 20 jarige leeftijd geïntroduceerd in de roemruchte Detroit-housescene en het resultaat is een funky eclectische mix. Hij studeerde af in ‘Sound Sculptures’ wat zoiets wil zeggen als een beeld maken van herrie. Na wat jaartjes schaven heeft hij toch hele leuke dingen gedaan. Luister bijvoorbeeld zijn Dusty Cabinets in een fijne remix. Een nummer dat elke set kan opleuken, of het nu een minimal-set is of een funky-houseset.

Luister hier.

9 december: The Horrorist – One Night in NYC


Genre: Techno?

Jaar/Land: 1998 (Denemarken)

Hoe kun je mensen ongelijk geven wanneer ze techno associëren met duisternis? Met drugs? Met Slechte Mensen? Elke tegenwerping wordt ontkracht wanneer men muziek aan zet van Oliver Chelser aka. The Horrorist. Deze gestoorde gast is al vanaf de begindagen bezig een mix te maken van techno en hardcore die zo ziek is dat de meeste mensen van beide genres hem wel kennen. Waar de technoliefhebbers over hem zwijgen, namen de gabbers zijn naam maar al te graag in de mond. Niet vreemd dat ze zo slecht te boek stonden. Want waar Eminem de gehate hiphopper is, is het Chesler die de housescène tot geweld aanzet. De liedjes uit de echte gabbertijd zetten stuk voor stuk aan tot één van de volgende zonden:

(1) drugsgebruik;

(2) verkrachting;

(3) roof;

(4) verheerlijking van het junkenleven.

Het liedje wat we vandaag zullen bespreken verheerlijkt hiervan punten (1) en (2). Ik heb de plaat wel eens aan mensen laten horen, en het is me al gelukt meisjes van de zelfde leeftijd en kindjes aan het huilen te krijgen, zonder zelf iets te doen behalve op ‘play’ te drukken. In dit liedje, dat muzikaal niets voorstelt maar qua opbouw en tekst als een horrorfilm in geluid overkomt, verhaalt over een jong meisje dat voor het eerst naar New York gaat, een leuke jongen ontmoet, met hem mee naar huis gaat, een pilletje accepteert en … Wel, laat ik het leukste niet weggeven. Een ideaal bedtime-story voor ouders en voor kinderen.

Voor ouders die zich willen overtuigen van het feit dat ze hun kinderen niet naar housefeesten moeten laten gaan, en voor pubers die twijfelen of ze wel willen: luister hier One night in NYC.

8 december: Peanut Butter Wolf featuring Rasco – Run The Line (Lord Finesse Remix)


Genre: Hip-Hop

Jaar/land: 1997 (V.S.)

Deze plaat heeft Peanut Butter Wolf, een hiphop-held van de jaren ’90, gemaakt met behulp van Rasco en DJ Q-Bert en vervolgens laten remixen door Lord Finesse. Vooral door de inbreng van deze laatste old school rapper is de beat er een op het tempo van een waterpijp geworden. Maar eerst: wie de f*** is Peanut Butter Wolf? Zijn naam ontleende hij aan de grootste angst van het jongere broertje van een ex, die meer dan alles het ‘peanut butter wolf monster’ vreesde. Deze (blanke) inwoner van San José liet zich in de jaren ’80 door Rappers Delight inspireren om met een dubbel tapedeck en voornamelijk de pauzeknop op High School-feestjes hiphop te gaan mixen. Op een van die feestjes ontmoette hij Charizma (zie foto), een drugsliefhebbende MC met wie hij tot diens dood in 1993 (moord) vette oldschool-rap maakte.

Toen Charizma werd doodgeschoten hield de Wolf het even voor gezien. Het zou tot 1995 duren voor hij de mic weer oppakte. Of liever: de mixer, want hij heeft sindsdien zijn faam vooral te danken aan de vele compilaties en remixen die hij maakte, allen met die zo typische San José sound, die eigen is aan onder meer Kool Keith, Cut Chemist en Rob Swift.

Run the line heeft alles wat een goede hiphoptrack moet hebben: een lome, zware beat, stonede melodietjes en twee zware stemmen (Rasco & Wolf) die goed flowen. Luister zelf maar.

maandag, december 05, 2005

5 december: The Pixies – I’ve Been Tired


Genre: Indie Rock

Jaar/Land: 1989 (V.S.)

De Pixies zullen velen wel herkennen als de artiesten van het heftige afsluitingsnummer Where is my mind? van de film Fight Club. Daarnaast zijn de Pixies ondermeer bekend als inspiratiebron voor een generatie grunge-artiesten die begon met Nirvana - Kurt Cobain gaf aan dat hij met zijn Smells like teen spirit feitelijk probeerde de Pixies te imiteren. Dat dat niet gelukt is, mag ironisch genoeg gezien worden als grootste reden voor zijn succes. Want de Pixies zijn niet altijd even toegankelijk: ze mengen sinds de jaren ’80 punk met rock, en pop met een stevige dosis sarcasme. Liedjes die onschuldig en aanstekelijk beginnen ontaarden regelmatig in een pandemonium van elektrische-gitaar gejank en geschreeuw. Desalniettemin zijn Pixiesnummers gecoverd door artiesten variërend van David Bowie en de White Stripes tot PJ Harvey.

Ook zo het nummer I’ve been tired, dat begint met een overspannen stemmetje dat vertelt over een date met een onbekende vrouw. Het gesprek begint onschuldig, over bier, politiek en Lou Reed, maar op de vraag van het meisje wat zijn grootste angsten zijn, slaat de zanger door… Niet alleen in zijn antwoord, maar ook de muziek verliest zijn maagdelijke popkarakter om te ontaarden in een donker punkzieltje. Een lekker nummer.

Luister I’ve been tired hier.

4 december: Big Muff – Poppy’s Song


Genre: Acid Jazz

Jaar/land: ??? / ???

Het is een tijdje geleden, dat de loungemuziek zijn opgang maakte, maar er zijn elementen uit bekleven. En terecht; de jonge generatie moet zich immers ook onderscheiden in wat het tijdens het eten op zet. Waar pappa en mamma iets opzetten als Cesária Évora of de Buena Vista Social Club, zetten wij iets anders op. Zo tijdens het eten opgezet, lijkt DJ Mark Farina’s Mushroom Jazz 2 zich daar goed voor te lenen. Aan hiphop leunende beats worden van funky melodietjes en soulvolle stemmetjes vergezeld. De CD-hoes zegt niet veel: een afbeelding van twee paddestoelen (in plaats van één op de Mushroom Jazz 1 cover), en ergens de naam van de DJ. De namen van de tracks kun je alleen zien op de display van je cd-speler. Mark Farina, DJ uit San Fransisco, houdt zo erg van de paddestoeletjes dat hij een groot deel van zijn aftandse site aan de stimulerende schimmeltjes heeft gewijd. En inderdaad lenen veel van de tracks zich ook om een bescheiden tripje te maken. In een paddotrip lijkt het normale denkkader, dat ons begrip van de wereld constitueert, weg te vallen om zo nu en dan weer wat in de war op te duiken. Dat levert een leuke avond op. Naar analogie daarvan mixt Mark Farina de tracks niet op ‘klassieke’ wijze, maar trekt hij nummers uit elkaar om ze in snippertjes langzaam aan de luisteraar aan te bieden. Dat zorgt ervoor dat zijn albums ietwat vreemd, rauw of zelfs ongemixt aandoen. Maar een goed oor hoort dat er meer aan de hand is.

Een van de mooiste tracks van Mushroom Jazz 2 is het nummer Poppy’s Song van een band die zichzelf Big Muff noemt, maar ook liedjes heeft geproduceerd onder de naam Itaal Shur en Milk & Honey. Wanneer dit nummer uitkwam, dat is onduidelijk; duidelijk is wel dat het bij een recordlabel uitkwam dat inmiddels niet meer bestaat. Het liedje moet in ieder geval vóór 1998, de verschijningsdatum van Mushroom Jazz 2, gemaakt zijn. Als genre heb ik ‘acid jazz’ opgegeven, maar dat is een term die zowel totaal chaotische freak-muziek als dit nummer van Big Muff omvat. De funky, synthetische jaren ’70 melodietjes maken dat het nummer beter als ‘mushroom jazz’ te kwalificeren valt.

Luister Poppy’s Song hier.

3 december: Billy Nencioli & Baden Powell – Quel Metier


Genre: Jazz

Jaar/land: 1960 (Frankrijk/Brazilië)

De naam Baden Powell wordt meestal direct verbonden aan de eerste en meest oprechte hopman die de scoutingindustrie heeft gekend. In muzikale context staat de naam echter voor heel iets anders: Baden Powell (1937) is een van de langstzittende Braziliaanse gitaarvirtuozen. Hij heeft het genre bossa nova mee helpen vormgeven, en is een must voor een ieder die de jazzsamba meent te kennen.

Billy Nencioli is (tegenwoordig) een obscure Franse zanger, die de rokerige salons van Parijs indertijd blijkbaar niet voldoende heeft geïmponeerd. Zijn zoete, diepe stem doet verlangen naar een glas pernod en een lekkere Galoises-sigaret. Zijn zoetgevooisde teksten doen het goed op de instrumentale begeleiding van Powell en de andere, meer obscure, jazzartiesten die aan dit album meewerkten.

Quel Metier is, net als de andere topper Mais ne rigole pas van dit album, heerlijk jaren ’60. Hij kan wat dat betreft wedijveren met andere helden als Frank Sinatra. Het album Billy Nencioli et Baden Powell, in 1965 in Parijs gedrukt, en nogmaals in 1969, is jammer genoeg amper op CD te krijgen.

Te beluisteren valt het dan ook niet, te downloaden wel (via SoulSeek).

zaterdag, december 03, 2005

2 december: Bone Thugs ‘n Harmony - Ecstasy


Genre: Rap

Jaar/land: 2000 (V.S.)

XTC, een toch niet geheel aan Nederland onbekende drug, is de kern van dit nummer, niet de extase die ook zonder de drug te bereiken is. De jongens van Bone Thugs ’n Harmony staan bekend om hun gehaaste lyrics, hun melodieuze gezang en hun typische ‘westside’-melodieën die bol staan van de synthesizers. Rapliefhebbers, ook westside-liefhebbers, houden ervan of haten de geheel eigen stijl.

In het nummer Ecstasy gaan ze weer helemaal hun gang; hun stemmen jagen als de wind door de zweverige, ongrijpbare melodie die nog het meest doet denken aan intensieve ademhaling. Ze roken al jaren wiet, zo vertellen ze aan het begin van het nummer, en nu wordt ze door een vriend iets nieuws aangeraden – hij is van de wiet helemaal af – namelijk: XTC. Het effect van Hollands’ meest succesvolle exportproduct bezingen ze de volgende vijf minuten. Het resultaat: een zeer vette track die, jammer genoeg, de ervaring van een pilletje beter weergeeft dan de met de drug geassocieerde housemuziek.

Luister het nummer Ecstacy hier.

vrijdag, december 02, 2005

1 december: Señor Coconut – Showroom Dummies (Cha cha cha)


Genre: cha-cha-cha

Jaar/land: 1996 (Chili/Duitsland)

De laatste keer dat we iets hoorden over Duitsers in Chili, betrof het Nazi’s die hun straf probeerden te ontlopen. Een jaar of tien geleden is er weer een Duitser naar Chili afgereisd, nu met een veel leuker resultaat. Deze Duister wilde na 140 (!!!) albums zijn electronische liefde doen versmelten met de zwoele rumbabeat van de Chilenen. Het resultaat: de wereld heeft met Señor Coconut een nieuw eclectisch hoogtepunt bereikt. De Duitse veteraan uit de electro-scène Uwe Schmidt heeft voor het album El Baile Aleman (‘De Duitse Dans’) een Chileense band onder de heerlijke naam Señor Coconut y son Conjunto geïnstrueerd hoe zij een album Kraftwerk-covers moesten spelen. Alle warmte die de originelen ontbeerden, kennen de merengue, cha-cha-cha, dan wel rumba-versies van Chileense band (zie foto). Hoewel ze hier wel erg prominent staan, blijft Schmidt de muzikale kern van de band met zijn keyboard en samplers.

Kraftwerk kent iedereen. De tekst van Showroom Dummies zal iedereen ook wel ergens van herkennen. Wat echter een heel vreemde ervaring is, is om tijdens een avondje bij vrienden een fijn Latijns-Amerikaans melodietje te horen, waarover diezelfde tekst dan wordt gezongen. Dat voelt toch ongemakkelijk, zeker als de tekst met een Spaans-Duits accent wordt uitgesproken. Het nummer is niet alleen heel grappig, maar, vreemd genoeg, ook best mooi.

Luister Showroom Dummies hier of download het hier.